Cholesterol meten: HDL LDL VLDL en Totaal

Cholesterol meten: HDL LDL VLDL en Totaal

Het cholesterolgehalte wordt gemeten door middel van een bloedtest. De cholesterolwaarden die uit zo’n bloedtest komen, worden in Nederland uitgedrukt in millimol per liter (mmol/l). Het is zinvol om twee keer het cholesterol te laten meten (met minimaal een week ertussen) omdat het cholesterolgehalte van nature wel eens sterk kan schommelen. Een cholesterolmeting is zinvol bij het bepalen van uw risico op hart- en vaatziekten of bij het bepalen of uw reactie op dieet / cholesterolarme voeding, lichaamsbeweging of cholesterolverlagers al dan niet voldoende is.

Het resultaat van een cholesterolmeting wordt altijd door uw behandelend arts beoordeeld. De arts zal bij het bepalen van uw risico op hart- en vaatziekten rekening houden met uw leeftijd en andere risicofactoren, zoals rookgedrag en bloeddruk. Cholesterol is namelijk niet de enige risicofactor, daarom is een hoog cholesterolgehalte bij de ene persoon gevaarlijker dan bij de ander. Voor deze beoordeling gebruikt de arts risicotabellen die gebaseerd zijn op een consensus van onderzoekers en artsen.


Cholesterol meten: Nuchter?

Eten voor een bloedtest heeft invloed op het triglyceridengehalte in het bloed. Daarom is het beter om nuchter te blijven voor de bloedtest. Eet niet gedurende twaalf uur en drink geen alcohol gedurende vierentwintig uur vóór de bloedafname. Dat zal uw arts in staat stellen cholesterol- en triglyceridengehalte en eventueel andere lipidenwaarden nauwkeurig te meten en hij/zij zal niet hoeven terugvallen op onbetrouwbare gegevens die enkel weergeven wanneer en wat u het laatst gegeten heeft. Vasten voor de bloedtest betekent nog niet dat de resultaten dag na dag dezelfde zullen zijn, zelfs indien u geen verandering aanbrengt in uw dieet, uw lichaamsbeweging of uw medicatie. Van nature kunnen cholesterolwaarden van dag tot dag iets verschillen (tot ongeveer 10%).