Er zijn verscheidene oorzaken te noemen die een te hoog cholesterol tot gevolg kunnen hebben. Een belangrijk verschil tussen de diverse oorzaken, is het verschil tussen oorzaken waar u wel invloed op heeft en oorzaken die u niet kunt beïnvloeden. Onderstaand volgt een aantal risicofactoren waar u invloed op heeft, vervolgens zal worden ingegaan op de oorzaken waarop u weinig tot geen invloed kun uitoefenen.

Oorzaken die u kunt beïnvloeden:

  • Roken: Roken verlaagd het ‘goede’ HDL-cholesterolgehalte aanzienlijk, waardoor de cholesterol balans verstoord raakt. Bovendien verhoogd roken het schadelijke effect van cholesterol door beschadiging van het endotheel (= binnenste wand) van de bloedvaten.
  • Overgewicht: Een hoog BMI is een indicator voor overgewicht of obesitas. Overgewicht heeft een negatieve invloed op het cholesterolgehalte en andere risicofactoren. Met name het appelfiguur verhoogt het cholesterol. Vet rondom de buik leid namelijk tot een verhoogde afgifte van cholesterol aan de bloedbaan en verhoogd bovendien de kans dat de hoeveelheid HDL-cholesterol (‘goed cholesterol’) zal dalen. Lees hierover meer op de pagina overgewicht.
  • Voeding: Met name het soort vet in de voeding bepaald het effect op het cholesterolgehalte. Men onderscheid verzadigde vetten, enkelvoudig onverzadigde vetten en meervoudig onverzadigde vetten. Verzadigde vetten zijn een belangrijke oorzaak van een hoog cholesterol. Als verzadigde vetten worden vervangen voor onverzadigde vetten levert dat al een daling van het cholesterolgehalte op. Een vet- en cholesterolarm dieet kan een behoorlijke daling van het cholesterolgehalte opleveren van zo’n 10 – 15% van het totale cholesterol. Het is niet goed om helemaal geen vetten meer te eten, het antwoord zit ‘m in de juiste balans. Lees hier meer: Voeding en cholesterol.
  • Onvoldoende lichaamsbeweging: In 2002 is een onderzoek gepubliceerd waarin voor het eerst werd aangetoond dat lichaamsbeweging op zichzelf, dus zonder gelijktijdig gewichtsverlies, een positief effect heeft op het cholesterolgehalte. Naast een verlaging van het cholesterolgehalte levert voldoende lichaamsbeweging bovendien een hoger HDL-cholesterolgehalte op. Daarnaast kan onvoldoende lichaamsbeweging extra risicofactoren met zich meebrengen zoals een toename van het gewicht.
  • Alcoholgebruik: Meer dan twee glazen alcohol per dag kan het triglyceridengehalte in het bloed verhogen, wat een ongunstig effect heeft op het cholesterolgehalte.


Oorzaken waar u geen invloed op heeft:

  • Erfelijke stoornissen in de vetstofwisseling: Een hoog cholesterol met een erfelijke oorzaak wordt ook wel erfelijke hypercholesterolemie genoemd en is de meest voorkomende stofwisselingsziekte in Nederland. Voorbeelden van erfelijke aandoeningen zijn de familiaire hypercholesterolemie, familiair gecombineerde hyperlipidemie, familiaire hypertriglyceridemie, familiair defectief apolipoproteïne B, familiaire dysbetalipoproteïnemie en polygenetische hypercholesterolemie.
  • Te traag werkende schildklier (hypothyreoïdie): Door onvoldoende productie van het schildklierhormoon hebben deze mensen een vertraagde vetstofwisseling. Mensen met een vertraagde schildklierwerking hebben vaak een te hoog LDL-cholesterol vanwege minder LDL-receptoren op de levercellen en een verminderde afbraak van het cholesterol.
  • Suikerziekte (diabetes mellitus): Bij suikerziekte wordt regelmatig een laag gehalte van het goede HDL-cholesterol geconstateerd. Dit komt door het hoge gehalte aan triglyceriden, waarvoor VLDL-deeltjes worden geproduceerd die cholesterol van het HDL-cholesterol ‘afpakken’ en opnieuw de bloedbaan in brengen.
  • Nierziekte (nefrotisch syndroom): Een verstoorde balans in het cholesterolgehalte is één van de klinische kenmerken van een nefrotisch syndroom. Door een stijging in de productie van lipoproteïnen en een verminderde afbraak van lipoproteïnen wordt een te hoog cholesterol veroorzaakt.
  • Leverziekte: Bij ernstige leverziekten kan de regulatie van o.a. cholesterol verstoord zijn met een hoog cholesterol als gevolg.
  • Enkele medicijnen: Gebruik van prednison, oestrogenen (zitten in ‘de pil’), sommige plaspillen of sommige betablokkers kunnen een hoger cholesterol veroorzaken. Ervan uitgaande dat u dit medicijn nodig heeft, kunt u dit niet goed beïnvloeden tenzij er een goed alternatief voorhanden is.
  • Geslacht: Mannen hebben van nature een iets lager HDL-cholesterol dan vrouwen, verklaring hiervoor is gebrek aan het vrouwelijk geslachtshormoon oestrogeen. Dit geldt tot de menopauze.