Dotteren is een ingreep om een vernauwing van een bloedvat op te heffen. Een dotterbehandeling wordt door een cardioloog uitgevoerd. Dotteren is niet alleen een geschikte ingreep ter behandeling van een vernauwd bloedvat in het hart (behandeling van klacht pijn op de borst), maar kan ook worden uitgevoerd ter behandeling van de bloedvaten in de benen of uw bekken (behandeling van klacht etalagebenen).

Dotteren stap 1: Angiografie

Voorafgaand aan de behandeling krijgt u eerst een verdoving in de lies. Voordat de cardioloog met dotteren begint, zal hij/zij eerst het bloedvat beoordelen door middel van een angiografie. Angiografie betekent dat een aantal opnamen worden gemaakt van het bloedvat waarin de vernauwing zit. Voor het maken van deze opnamen schuift de cardioloog via een slagader in uw lies een katheter met een voerdraad naar de plek van de vernauwing. De cardioloog zal vervolgens wat contrastvloeistof inspuiten om de vernauwing zichtbaar te maken met behulp van röntgen. Na deze opnamen heeft de cardioloog een goed beeld van het bloedvat en weet hij/zij welke materialen bij het dotteren van uw specifiek bloedvat en vernauwing het beste gebruikt kunnen worden.

Dotteren - Het ballonnetje

Dotteren - Het ballonnetje

Dotteren stap 2: Het ballonnetje

De cardioloog brengt via de slagader in uw lies een heel dunne draad langs de vernauwing in het bloedvat. Daarna wordt op deze draad een ballonnetje naar de plek van de vernauwing geschoven. Door het ballonnetje op te pompen, rekt de vaatwand op. Hierdoor wordt de vernauwing als het ware weggeperst, wat betekent dat het bloedvat op die plek dus wijder wordt gemaakt. Soms wordt het oppompen van het ballonnetje een aantal malen herhaald om optimaal resultaat te bereiken.


Dotteren stap 3: Een stent

Dotteren en stent

Dotteren en stent

Tijdens het dotteren kan ook een stent in de vernauwing geplaatst worden. Een stent is een soort kokertje van gaas, metaal of kunststof dat het bloedvat open houdt, en blijft na het dotteren dus achter. De stent is gemonteerd op een dotterballonnetje. Bij het oppompen van het ballonnetje veert de stent uit en wordt tegen de wand van de slagader aangedrukt. Zodra de ballon leegloopt, blijft de stent achter en moet het voorkomen dat op die plek weer een vernauwing ontstaat. Sommige stents zijn bekleed met een medicijn dat ook meehelpt om een vernauwing op die plek te voorkomen.


Dotteren stap 4: Beoordeling van het resultaat

De cardioloog zal direct het resultaat van het dotteren beoordelen door wat contrastvloeistof in te spuiten. Soms moet het oppompen van het dotterballonnetje enkele malen worden herhaald om optimaal resultaat te bereiken.

Dotteren stap 5: Afsluiten van het prikgat na de behandeling

Na de behandeling wordt het aangeprikte bloedvat in uw lies een tijdje stevig dichtgedrukt. Vervolgens krijgt u een drukverband dat enkele uren moet blijven zitten. Soms gebruikt de cardioloog een soort afsluitingsplugje of krammetje om de slagader te sluiten. Het wordt geadviseerd om na het dotteren veel te drinken om uw nieren tegen het gebruikte contrastvloeistof te beschermen.

Risico’s en complicaties

Bij dotteren of het plaatsen van een stent komen weinig complicaties voor. De meest voorkomende complicatie is een bloeduitstorting in de lies of benen.