Van een hoge bloeddruk is sprake bij een onderdruk die hoger is dan 90 mmHg en een bovendruk die hoger is dan 140 mmHg bij verschillende metingen onder verschillende omstandigheden. Met het meten van de bloeddruk meet u de kracht waarmee het bloed tegen de wanden van de aderen wordt gedrukt. Des te hoger de bloeddruk is, des te groter de kans dat de wanden van uw bloedvaten beschadigen. Cholesterol nestelt zich makkelijker in zulke beschadigde bloedvaten waardoor de kans op het ontstaan van plaques aanzienlijk groter wordt. Bovendien is een hoge bloeddruk gevaarlijk als u al plaques hebt; als het bloed namelijk met grote kracht tegen de wanden van de aderen wordt gedrukt, kan de plaque scheuren met bijvoorbeeld een hartaanval tot gevolg. Kortom, hoge bloeddruk in combinatie met afwijkende cholesterolwaarden verhoogt het risico op hart- en vaatziekten fors en versnelt de aderverkalking met alle mogelijke gevolgen van dien.
Belangrijke oorzaken van een hoge bloeddruk zijn te veel zout of alcohol, nierziekten, hormonale stoornissen en vernauwingen van de bloedvaten. Ook leeftijd is een belangrijke oorzaak van hoge bloeddruk aangezien de bloeddruk stijgt met het ouder worden. Echter in de meeste gevallen blijft de oorzaak onbekend, dit noemt men essentiële hypertensie of primaire hypertensie.


Hoge bloeddruk kan niet altijd worden vermeden, maar hoge bloeddruk kan wel eenvoudig gecontroleerd en betrekkelijk makkelijk behandeld worden en is daarmee een beheersbare risicofactor. Het voedingspatroon en vooral het gebruik van zout spelen hierbij een belangrijke rol. Onderzoek heeft aangetoond dat het eten van granen, fruit, groenten en magere zuivelproducten de bloeddruk flink (zo’n 10%) kan verlagen. Ook lichaamsbeweging, gewichtsverlies en goed omgaan met spanningen helpen uw bloeddruk op het juiste niveau te houden of brengen. Bijvoorbeeld meditatie kan bloeddrukverlagend werken. Tot slot zijn er tevens diverse geneesmiddelen beschikbaar om de bloeddruk te verlagen. De meest bekende bloeddrukverlagers zijn diuretica (plaspillen), alfablokkers, bètablokkers, vaatverwijders, calciumkanaalblokkers, de zogenaamde ACE-remmers en angiotensine-II antagonisten. Het werkingsmechanisme van deze stoffen loopt sterk uiteen en de keuze voor één van deze middelen hangt af van de ernst van de hoge bloeddruk en van de aanwezigheid van andere ziekten. Sommige middelen (o.a. bètablokkers) hebben een ongunstig effect op het HDL cholesterol. De ACE-remmers hebben naast de verlaging van de bloeddruk ook een gunstige werking op de conditie van de wand van het bloedvat (het endotheel).